Een tuin als levensfilosofie
Ik heb het grootste deel van mijn leven in mijn hoofd geleefd: observeren, analyseren, ideeën en dromen hebben. De tuin is mijn eerste poging iets van mezelf naar buiten te brengen. Mijn kleding en interieur waren ook wel al expressief. Maar dat zijn gewoon verzamelingen van spullen en minder iets zelf creeren. Knutselen, schilderen, naaien, ik waardeer het bij anderen. Maar voor mezelf op het moment zelf voelt te veel als nutteloos en tijdverspilling. Dat was leuk voor op de basisschool, maar niet om iets te vervangen wat in een winkel gekocht kan worden.




De onuitgesproken filosofie waarmee ik ben opgegroeid kwam ongeveer hierop neer: laten we vooral niet te veel leven, want dat ruimt zo lekker op. Doe dus zo weinig mogelijk dat rommel of gedoe kan veroorzaken. Mijn vaders onbewuste boodschap was: alleen perfect komt in de buurt van oké. Maar dan is inderdaad alles wat je doet een kans op falen. Want 1 plant van de 100 gaat dood of je hebt 1 dag niet je to-do-lijstje gehaald. Het maakt alles beladen en zorgt voor stress, want één fout maakt alles tot een mislukking. Zo’n houding leidt tot weinig experiment, zichtbaarheid, creatie en ook tot weinig leven.
Een tuin is bijna het perfecte tegengif voor zo’n levenshouding. Een tuin is per definitie anti-perfectionistisch. Er gaat iets dood. Iets onverwachts komt op. Een plant blijkt veel groter te worden dan gedacht, een andere verdwijnt vrijwel volledig. De zon staat in april net ergens anders dan je in januari had bedacht. Kleuren blijken prachtig bij elkaar te passen of juist helemaal niet.
Het is niet voor niets dat de Franse formele tuin populair was bij de vroegmoderne adel. De rechte lijnen, geschoren hagen en symmetrie drukken uit dat de natuur zich heeft laten onderwerpen aan de menselijke wil. Dat werkt uitstekend wanneer je een leger tuinlieden tot je beschikking hebt. Ik heb dat niet. Mijn tuin is daardoor geen overwinning op de natuur, maar een voortdurende dialoog tussen verbeelding en werkelijkheid.
En dat blijkt eigenlijk veel interessanter.
Anders dan interieurdecoratie is een tuin geen verzameling voorwerpen die je één keer op de juiste plek zet. Het is een levend systeem. De werkelijkheid praat voortdurend terug. Een plant sterft en je leert iets over de grond of de standplaats. Een combinatie werkt verrassend goed en je herhaalt haar ergens anders. Iets staat verkeerd en je verplaatst het. Wat in je hoofd prachtig leek, blijkt buiten niet te werken. Wat je min of meer toevallig hebt gedaan, blijkt jaren later juist het mooiste hoekje te zijn.
Mijn man heeft daar een goede regel voor: niet slecht genoeg.
Als iets niet slecht genoeg is om het werkelijk te moeten veranderen, mag het voorlopig blijven. Goed genoeg, verdergaan, later opnieuw kijken. Het haalt de lading van iedere beslissing af. Een plant hoeft niet meteen op de definitieve plek te staan. Een border hoeft niet in één keer perfect te zijn. Als je niet bang bent om dingen te verplaatsen, kan vrijwel iedere fout uiteindelijk onderdeel worden van een verbetering.
Dat is ongeveer hoe complexe systemen groeien: door iteratie. Niet door vooraf het perfecte ontwerp te bedenken en dat vervolgens foutloos uit te voeren, maar door proberen, kijken wat er gebeurt en opnieuw aanpassen. Putje open, putje dicht, maar dan met een resultaat. In levende systemen bestaat perfectie sowieso niet. Toch kan het geheel ieder jaar rijker worden.
Dat is voor mij een merkwaardige ontdekking. Fouten worden dan geen bewijs dat iets mislukt is, maar informatie.
Misschien voelt tuinieren daarom ook minder nutteloos dan andere vormen van creativiteit. Het heeft net genoeg praktisch nut om de tijd die ik eraan besteed te legitimeren. Ik ben buiten, ik beweeg, ik zorg voor mijn omgeving. Er ontstaat iets waar we dagelijks naar kijken en tussen leven. In economische termen zou je bijna kunnen zeggen dat een tuin een van de waardevolste investeringen van je leven kan zijn, alleen niet voornamelijk in geld. Het rendement bestaat uit mentale rust, lichamelijke activiteit, creativiteit, schoonheid en een dagelijkse leefomgeving die jarenlang met je meegaat.
Maar gaandeweg verschuift ook het idee dat zo’n bezigheid überhaupt gelegitimeerd moet worden.
Misschien hoeft niet alles nuttig te zijn in de smalle betekenis van productief, efficiënt of noodzakelijk. Schoonheid, spel, zorg en aandacht zijn geen luxeproducten die pas mogen wanneer al het serieuze werk af is. Ze behoren juist tot de dingen die een leven menselijk maken.
In de tuin komen daardoor opvallend veel dingen samen die ik belangrijk vind. Liefde, in de eenvoudige vorm van zorg voor iets levends. Schoonheid, omdat je een ruimte vormgeeft. Speelsheid, omdat je voortdurend mag experimenteren. Kennis, omdat er eindeloos veel te begrijpen valt. En uiteindelijk ook een zekere wijsheid, omdat de natuur je steeds opnieuw uitlegt dat niet alles maakbaar is.
Daar zit bovendien veel meer kennis in dan ik vroeger dacht. Ik vind het heerlijk om steeds beter te begrijpen wat ik zie. Dit is niet dood, dit trekt zich terug en loopt volgend jaar weer uit. Deze plant staat overal niet omdat iedereen dezelfde smaak heeft, maar omdat hij wintergroen en onverwoestbaar is. Uiteindelijk heb ik hem dan zelf ook in de tuin staan, alleen met bloeiende planten eromheen. Je begint patronen te zien. De tuin wordt leesbaar.
Misschien is dat ook waarom deze vorm van creativiteit me wel ligt. Hij begint nog steeds in mijn hoofd. Eerst kijken, uitzoeken, vergelijken, iets bedenken. Maar daar stopt het niet meer.
Hoofd, handen, werkelijkheid.
Een idee krijgt opeens afmetingen. Een boot wordt een zandbak en een wilg die erin groeit kan als vlaggenmast gaan werken. Er kan een fontein komen met drie lagen, eenvoudigweg omdat ik dat mooi vind. Dingen die eerst alleen bestonden als afbeeldingen die ik bewonderde op Pinterest, blijken uitvoerbaar. Soms vind ik uiteindelijk zelfs wat er in mijn eigen tuin is ontstaan mooier dan het voorbeeld.
Dat klinkt klein, maar er zit iets fundamenteels in: merken dat je effect hebt op je eigen leven.
Agency is uiteindelijk precies dat. Niet de overtuiging dat je alles onder controle hebt, maar de ervaring dat je invloed hebt op de werkelijkheid. Dat iets wat eerst alleen in je hoofd bestond werkelijk vorm krijgt omdat jij iets hebt gedaan. Altijd maar dromen is veilig. Een droom kan perfect blijven. Zodra je haar uitvoert wordt ze kwetsbaar voor mislukking, slecht weer, verkeerde afmetingen en planten die niet willen groeien. Maar pas dan bestaat ze ook echt.
Zelfs nu merk ik hoe hardnekkig de oude maatstaf blijft. In de winter kan ik naar de kale tuin kijken en denken dat het allemaal eigenlijk een flop is. Dan bekijk ik foto’s van een paar maanden eerder en zie ik ineens bloemen, kleur, insecten, kinderen, volle borders. Wanneer het voorjaar vervolgens weer begint, verschijnt dezelfde tuin opnieuw en denk ik soms bijna verbaasd: goh, eigenlijk best goed gedaan.
Daarmee verandert ook mijn blik op creativiteit. Je kijkt anders naar wat anderen maken wanneer je zelf hebt ervaren hoeveel tijd, keuzes, mislukkingen en kleine verbeteringen ergens in kunnen zitten. Maar het verandert vooral de verhouding tot je eigen omgeving. Wat je zelf maakt is nooit alleen maar een mooi object. Er zit geschiedenis in. Je weet welke plant drie keer verplaatst is, waar iets niet wilde groeien, wat je toevallig ontdekte en welk idee uiteindelijk precies werkte. Zo ontstaat langzaam een klein universum dat niet alleen mooi is, maar persoonlijk.
En soms zitten we daar gewoon.
Zon op de bank. Een bord eten op schoot. Een kind op de trampoline. Mensen die voorbijlopen en gedag zeggen. Geen exotische reis, geen perfect gestileerde levensstijl, geen bijzondere prestatie. Gewoon alles waar wij op dat moment van genieten bij elkaar.
Op zulke momenten moet ik soms een beetje gniffelen. Het voelt bijna te clichématig, alsof iemand in een film met weinig subtiliteit wilde laten zien: kijk, ze zijn gelukkig.
Maar misschien is dat precies waarom het zo sterk voelt. Er is op dat moment geen probleem dat opgelost moet worden. Mijn zenuwstelsel hoeft nergens op vooruit te lopen. Ik zit letterlijk midden in iets wat door jaren van kleine keuzes, zorg en moeite is ontstaan. De omgeving klopt even met het leven dat erin plaatsvindt.
Aristoteles zou er misschien eudaimonia in herkennen: niet geluk als opwinding of plezier, maar het gevoel dat een leven goed geleefd wordt. Ik zou het zelf eerder genoegheid noemen. Niet berusting in wat er toevallig is, maar een stille tevredenheid omdat wat er is daadwerkelijk bij je past.
Misschien is dat uiteindelijk ook waarom de tuin zoveel meer is geworden dan een verzameling planten.
Voor iemand die vooral gewend was in haar hoofd te leven, is hij bewijs dat een gedachte naar buiten kan. Dat verbeelding handen kan krijgen, en handen een werkelijkheid kunnen veranderen. Dat fouten daar niet het einde van zijn, maar onderdeel van het proces. En dat je niet alles wat tijd en aandacht kost hoeft te verdedigen met een praktisch nut.
Misschien is schoonheid uiteindelijk wel liefde die zichtbaar is geworden in tijd en ruimte.
Een tuin maakt zichtbaar wat voor al het maken geldt: je begint met een idee, maar het materiaal en de werkelijkheid veranderen onderweg het resultaat. In Zon als maker kijk ik naar die wisselwerking vanuit creatief werk en het dagelijks leven.
..

.
Afbeeldingen:
De tuinfoto’s zijn eigen foto’s bewerkt door ChatGPT.
De overige afbeeldingen zijn verkregen door ruzie te maken met ChatGPT.
