Zon als maker

Een kunstenaar schrijft in zijn nieuwsbrief dat elke maker een zon nodig heeft. Iets, een idee, een thema dat al je werk en ideeën bij elkaar houdt. Ook al verander je van medium, publiek ed, iets blijft hetzelfde. Wat denk je dat mijn zon is?
Je maakt niet zomaar “mooie dingen”. Je zoekt steeds naar een vorm die:
- emotioneel klopt;
- uitnodigt tot verwondering;
- veilig genoeg is om binnen te stappen;
- maar niet glad, oppervlakkig of kinderachtig wordt.
Je zon is daarom misschien:
Ik maak innerlijke werelden zichtbaar en bewoonbaar.
Doet niet elke kunstenaar dat? Het onzichtbare (gezamenlijke onbewuste) zichtbaar maken?
Ja, grotendeels wel. Daarom was “het onzichtbare zichtbaar maken” te algemeen om echt jouw zon te zijn. Dat is eerder een brede beschrijving van kunst.
Bij jou zie ik minder de neiging om het duistere, schokkende of volkomen vreemde bloot te leggen. Je bent ook niet primair bezig met zelfexpressie in de zin van: dit ben ik, kijk naar mijn binnenwereld.
Maar eerder:
Ik geef het kwetsbare een wereld waarin het mag bestaan.
Of:
Ik maak van wat klein, verloren of ongezien is iets kostbaars.
Dat zie ik bijvoorbeeld in hoe je een verdrietige draak niet alleen afbeeldt, maar haar een verjaardag, vrienden en een plaats in het verhaal geeft. Hoe je niet tevreden bent met een decor dat alleen mooi is, maar wilt dat de sfeer emotioneel klopt. Hoe je bij kinderen niet alleen naar gedrag kijkt, maar naar schaamte, gevoeligheid en wat eronder zit. Ook in je belangstelling voor oude boeken, handwerk, lapjes, speelgoed, voorwerpen en verhalen lijkt iets te zitten van: wat anderen gemakkelijk voorbijlopen, verdient aandacht en herstel.
Een andere mogelijke formulering is:
Een thuis maken voor wat dreigt buiten te vallen.
Die voelt specifieker dan “het onzichtbare zichtbaar maken”. De middelen kunnen steeds wisselen — beeld, verhaal, boek, essay, verzameling — maar de beweging blijft: iets vinden dat niet helemaal gezien, begrepen of opgenomen wordt, en er een wereld omheen bouwen waarin het wél hoort.
Dat klinkt misschien nog te groen. Zo van ook al is hij een zwerver, hij heeft een hart van goud. Terwijl, waarom is hij dan een zwerver? Of teveel alles is waardevol, iedereen telt.
Ja, precies. Mijn vorige formulering maakte jouw zon te veel tot zorg, inclusie en herstel. Alsof jouw diepste impuls is: niemand mag buitenvallen en in alles zit iets moois. Dat herken ik eigenlijk niet als de kern bij jou.
Jij wilt niet alleen het ongeziene liefdevol opnemen. Je wilt ook weten:
Hoe is dit zo geworden? Welke krachten zitten erachter? Wat klopt hier niet aan?
Bij die zwerver zou jij niet tevreden zijn met “hij heeft een hart van goud”. Je zou willen kijken naar karakter, keuzes, ongeluk, klasse, instituties, macht en toeval — zonder hem automatisch heilig te verklaren of volledig tot slachtoffer te maken.
(voorbeelden)
Je maakt vooral voor een concrete ander.
Deze dingen lijken niet voort te komen uit: ik moet mijn innerlijk uitdrukken. Eerder uit: ik wil dat jij dit werkelijk beleeft. Je verbeelding wordt een cadeau, feest, grap, herinnering of gezamenlijke wereld.
Verwondering werkelijk maken.
Daar zit ook je kritische kant in. Niet alles verdient verwondering en niet ieder willekeurig knutselwerk voldoet. De illusie moet kloppen, de wereld moet overtuigen en het idee moet méér zijn dan decoratie. Je wilt dat het gewone even daadwerkelijk van gedaante verandert.
Aah dat is misschien een goed punt. Men doet of de wereld plat is, alles al Trumanshow-ontdekt, Camus-(ah ik kan niet op het woord komen, dat niks er meer toe doet). Maar je kan zelf de betekenis, de verbinding toevoegen.
…
Nee bijna depressief existentieel doet niks ertoe.
Je bedoelt waarschijnlijk nihilisme: het idee dat niets wezenlijke betekenis of waarde heeft, en dat uiteindelijk niets ertoe doet.
Camus schreef juist vanuit de confrontatie daarmee, maar zijn absurdisme is niet helemaal hetzelfde. Het absurde ontstaat volgens hem doordat mensen verlangen naar betekenis en samenhang, terwijl de wereld daar geen duidelijk antwoord op geeft. Zijn conclusie is niet: dus alles is zinloos en maakt niets uit, maar eerder: er is geen vooraf gegeven kosmische betekenis, dus we moeten toch leven, kiezen en betekenis scheppen.
Wat jij beschrijft is dus misschien een verzet tegen een soort alledaags nihilisme:
Alles is al ontmaskerd, alles is maar constructie, chemie, commercie of toeval — dus waarom zou je nog moeite doen?
Jouw antwoord lijkt juist te zijn:
Omdat het gemaakt is, kan het betekenis krijgen.
Een feest, verhaal, kostuum of kunstwerk heeft misschien geen objectieve betekenis die al in het universum klaarligt. Maar de aandacht, verbinding, herinnering en vreugde die je ermee maakt, zijn daarom niet minder echt. Dat lijkt me veel dichter bij jouw zon.
Ja alles voelt heel nihilistisch. En ook alles buiten ons is al ontdekt (dat is wat Truman te horen krijgt). Dan is er nergens meer een heilige graal te vinden. Geen fantastische romantische partner ed. Maar mijn idee is dat we die zelf maken. Samen de relatie creëren, die kan je niet vinden, dat is onzin. Samen het gezin. De tuin, het is maar grond en bloemen, maar ook schoonheid, aandacht, liefde zichtbaar, zoveel menselijke kennis en kunde.
Ja. Nu wordt het veel scherper.
Jouw antwoord op nihilisme is niet: er bestaat tóch ergens een verborgen heilige graal, als je maar goed genoeg zoekt.
Het is:
De heilige graal ontstaat doordat mensen haar samen maken.
Niet als goedkope troost of als “alles wat je bedenkt is waar”. Juist heel concreet: door tijd, keuze, vakmanschap, zorg, herhaling, offers en gedeelde verbeelding.
De romantische partner bestaat niet kant-en-klaar als perfecte bestemming. Twee mensen kunnen wel samen een uitzonderlijke relatie opbouwen. Een gezin is niet automatisch warm en betekenisvol omdat mensen biologisch verwant zijn; het wordt dat door duizenden kleine handelingen. Een tuin is inderdaad grond, water, planten en arbeid — maar daardoorheen worden smaak, kennis, geduld, geschiedenis en liefde zichtbaar.
Dat maakt de betekenis niet nep. Een kathedraal is ook “maar” steen. Muziek is “maar” trillende lucht. Dat de mens de betekenis eraan heeft toegevoegd, betekent niet dat zij minder werkelijk is. Het betekent dat de mens mede-schepper is.
Daarom denk ik dat jouw zon niet alleen “verwondering werkelijk maken” is. Dat is wat je zichtbaar doet. Daaronder zit iets als:
Een betekenisvolle wereld wordt niet gevonden, maar gemaakt.
Of persoonlijker:
Ik maak zichtbaar dat mensen samen iets kostbaars kunnen scheppen uit gewone materie en een onverschillige wereld.
En misschien het meest precies:
De wereld is niet betoverd of betekenisvol van zichzelf; wij kunnen haar betoveren door wat we samen maken.
Dat verklaart ook waarom jouw werk zo vaak tastbaar, arbeidsintensief en gedeeld is. Je bent niet tevreden met alleen een idee of een mooi beeld. Je bouwt een klok om, maakt een kijkwereld, trekt kostuums aan, rangschikt fruit, plant bloemen, maakt een boek voor een concreet kind. De betekenis moet belichaamd worden. Ze moet ergens in gaan zitten.
Ook je uitbundigheid krijgt zo een andere betekenis. Het is geen oppervlakkige gezelligheid die het nihilisme afdekt. Het is bijna een weerwoord:
Jullie zeggen dat het maar karton, stof, fruit en aarde is. Kijk dan wat wij ervan kunnen maken.
Misschien is dit jouw zon:
De wereld mede betoveren
Niet doen alsof de betovering al objectief ergens verborgen lag. Niet wachten tot het leven je iets buitengewoons schenkt. Maar met anderen, aandacht en verbeelding iets buitengewoons tot stand brengen.
En “samen” is daarin belangrijk. Anders zou het alleen esthetische wereldbouw zijn. Bij jou krijgt iets vooral betekenis doordat het een relatie draagt: een cadeau, herinnering, feest, gezin, verhaal of plek waarin anderen kunnen meedoen.
Aja en dat zit ook in het verhaal. Er wordt geen schat gevonden. Er wordt een feest gemaakt.
Precies. Dat is niet zomaar een plotdetail; dat ís de onderliggende gedachte van het verhaal.
De kinderen reizen naar een magische wereld, dus volgens de klassieke verhaallogica verwacht je dat daar iets klaarligt: een schat, een geheim, een uitverkorene, een wonder dat ontdekt moet worden. Maar de beslissende gebeurtenis is juist iets wat er nog niet was:
Ze vinden geen wonder. Ze organiseren er één.
De draak blijkt niet de bewaker van een schat, maar iemand bij wie iets ontbreekt: een verjaardag, gezelschap, een gedeelde gebeurtenis. De kinderen lossen dat niet op door de verborgen juiste plek of het kostbare voorwerp te vinden. Ze verzamelen bloemen, maken slingers en taart, brengen mensen en dingen bij elkaar en creëren zo betekenis.
Zelfs de parel is daardoor waarschijnlijk niet het eigenlijke einddoel. De parel kan een geschenk of een prachtig object zijn, maar de echte “schat” is het feest dat rondom de draak tot stand komt. Zonder de relatie en het ritueel blijft een parel alleen een glanzend ding.
Dat maakt jouw verhaal bijna een antwoord op het traditionele queesteverhaal:
- Niet: ergens bestaat iets volmaakts dat ons leven betekenis zal geven.
- Maar: wij kunnen met wat we aantreffen samen iets betekenisvols opbouwen.
En het mooie is dat je dit niet uitlegt in een filosofische toespraak. Je maakt het letterlijk: karton wordt een trein, bloemen worden slingers, losse kinderen worden een gezelschap en een eenzame draak wordt iemand die gevierd wordt.
Ik denk daarom dat “de wereld mede betoveren” heel dicht bij je zon komt. Maar misschien is de werkzaamste formulering:
Het wonder wordt niet gevonden. Het wordt gemaakt.
Dat omvat je kunst, je feesten, je tuin en je idee van liefde en gezin. Niet wachten op de magische wereld achter het gordijn — samen van deze wereld iets maken wat er vóór jullie handelen nog niet was.
Dan onttovert kennis de wereld ook niet. Het is juist een bron voor nog grotere wonderen
Ja. Dat maakt je zon nog preciezer.
Jij verzet je niet tegen kennis, analyse of ontmaskering. Je verzet je tegen de foutieve conclusie dat iets zijn wonder verliest zodra we begrijpen hoe het werkt.
Een bloem wordt niet minder wonderlijk doordat je weet hoe fotosynthese, bestuiving en bodemleven werken. Een tuin wordt juist rijker wanneer je ziet hoeveel ecologie, geschiedenis, selectie, vakmanschap en aandacht erin samenkomen. Liefde wordt niet kleiner doordat je weet dat een relatie onderhoud, hechting, communicatie en herhaalde keuzes vraagt. Dan wordt zichtbaar hoeveel er werkelijk wordt opgebouwd.
Bij jou is kennis dus geen prik die de zeepbel doorboort. Kennis levert meer materiaal om mee te scheppen.
Begrijpen is niet hetzelfde als reduceren.
De nihilistische blik zegt: “Het is maar aarde, hormonen, techniek, karton.”
Jouw blik zegt: “Kijk eens wat aarde, hormonen, techniek en karton allemaal kunnen worden.”
Dat is misschien het onderscheid tussen verklaren en wegverklaren. Verklaren kan de werkelijkheid verdiepen. Wegverklaren doet alsof het laagste beschrijvingsniveau het enige ware niveau is. Alsof een boek “eigenlijk alleen inkt en papier” is, terwijl dat niets zegt over het verhaal, de herinnering of de relatie waarin het boek betekenis krijgt.
Je zon zou daarom ook zo kunnen luiden:
Kennis onttovert de wereld niet; ze vergroot ons vermogen haar te betoveren.
Of nog kernachtiger:
Hoe meer we begrijpen, hoe meer wonderen we kunnen maken.
Dat past ook prachtig bij je boek: de magie ontstaat niet doordat de kinderen niets begrijpen. Ze ontstaat doordat ze kunnen bouwen, verzamelen, combineren, versieren, zorgen en samenwerken. Hun kunde is juist het voertuig van het wonder.
…
Wat is het verschil met oranje?
Het verschil zit vooral in waarom je de wereld maakt.
Oranje zegt ongeveer:
De wereld ligt open. Met kennis, wilskracht, slimheid en inspanning kan ik haar vormen, verbeteren en er iets van maken.
Dat lijkt sterk op wat jij beschrijft, maar Oranje heeft meestal een doelgerichte, individualistische ondertoon: prestaties, autonomie, vooruitgang, succes, mogelijkheden benutten. De wereld wordt een project en jij wordt de bouwer van je eigen leven.
Bij jou hoor ik iets anders. Jij zegt niet alleen:
Ik kan mijn leven zelf vormgeven.
Maar eerder:
Betekenis ontstaat wanneer wij aandacht, kennis, liefde en verbeelding in de werkelijkheid leggen.
Dat is minder gericht op winnen of jezelf realiseren en meer op bezielen, verbinden en belichamen.
Het cruciale verschil met puur Oranje is misschien dit:
Oranje maakt van de wereld een mogelijkheid. Jij maakt van haar een betekenisvolle plek.
…
(Lange uitweiding over: Zouden mensen eigenlijk op zoek zijn naar betekenis ipv geluk en gelukkig zijn? Negatief kan ook betekenis hebben)
Ik denk dat jouw zon uiteindelijk dit is:
Het wonder wordt niet gevonden, maar gemaakt.
Daaronder zit een bredere overtuiging:
De wereld is niet leeg omdat betekenis niet kant-en-klaar bestaat. Mensen kunnen haar samen scheppen — met kennis, aandacht, verbeelding, vakmanschap en tijd.
Dat zie ik nu op meerdere niveaus terug.
In je kunst neem je gewone materialen — karton, papier, fruit, stof, bloemen — en maakt daar geen vluchtige decoratie van, maar een wereld, feest, herinnering of ervaring. In je verhaal wordt geen schat gevonden; de kinderen maken een feest. In je idee van liefde wordt de volmaakte relatie niet ontdekt; twee mensen bouwen haar. Een tuin is niet “maar grond”, maar menselijke kennis, verzorging, schoonheid en geschiedenis die zichtbaar zijn geworden.
Kennis staat daar niet tegenover. Kennis onttovert de wereld alleen wanneer zij wordt gebruikt om alles weg te verklaren. Voor jou maakt begrijpen juist meer verbindingen, mogelijkheden en verwondering zichtbaar.
Je zon heeft ook een kritische kant. Betekenis is niet zomaar een individuele keuze of positieve instelling. Mensen hebben tijd, ruimte, continuïteit, wederkerigheid en materiële zekerheid nodig om werkelijk iets op te bouwen. Anders wordt “maak zelf betekenis” een groene pleister op een versnipperd bestaan.
De volledigere formulering zou daarom kunnen zijn:
Ik wil laten zien hoe mensen met kennis, aandacht en verbeelding samen een betekenisvolle en betoverde werkelijkheid kunnen maken — én wat ervoor nodig is om dat werkelijk te kunnen doen.
Maar als korte zin die boven al je werk kan hangen, vind ik deze nog steeds het sterkst:
Wij hoeven het wonder niet te vinden. Wij kunnen het maken.
Daarin zitten je kunst, je levensverhaal, je relaties, je tuin, je kritiek op nihilisme en zelfs je manier van denken met Chat.
Maken is nooit alleen een idee uitvoeren. De werkelijkheid werkt mee, tegen en terug. In Een tuin als levensfilosofie onderzoek ik datzelfde spanningsveld in een tuin: je kunt plannen, snoeien en sturen, maar groei laat zich nooit volledig dicteren.
