Geen decor zijn
Er zijn gezelschappen waarin je welkom bent, maar waarin jouw aanwezigheid niets mag veranderen. Niet als decor aanwezig zijn is geen eis van iemand die ‘meer aandacht’ wil. Het is een basisvoorwaarde om überhaupt ergens te kunnen zijn zonder jezelf kwijt te raken. Het is het verschil tussen aanwezig zijn als mens en aanwezig zijn als object. Dat laatste lijkt oppervlakkig, maar toch kan je aanvoelen: ik ben hier niet bedoeld als persoon, ik ben hier bedoeld als invulling.

Er staat een stoel voor je klaar. Er is eten. Er wordt gevraagd of je komt. Misschien is men zelfs teleurgesteld wanneer je niet komt. Op het eerste gezicht is er dus weinig reden om te zeggen dat je niet meetelt. Integendeel: kennelijk wordt er prijs gesteld op je aanwezigheid.
Toch kun je daar zitten en het sterke gevoel hebben dat je er vooral bent om een plaatje compleet te maken.
Dat is iets anders dan genegeerd worden. Wie genegeerd wordt, is onbelangrijk. Decor kan juist heel belangrijk zijn. Zonder kerstboom is het geen kerstfoto. Zonder kinderen en kleinkinderen is het familiediner niet compleet. Zonder iedereen rond de tafel ontbreekt er iets aan het tafereel.
Maar een kerstboom heeft geen mening over hoe laat het eten begint.
Misschien zit daar het wezenlijke verschil tussen ergens aanwezig zijn en werkelijk deelnemen. Een deelnemer verandert de situatie door er te zijn. Een decorstuk wordt in een bestaande situatie geplaatst.
Dat verschil wordt vooral zichtbaar wanneer iemand iets nodig heeft wat niet in het oorspronkelijke programma paste. Een klein kind dat eerder naar bed moet. Een baby die rust nodig heeft. Iemand die na een lange reis niet nog uren wil blijven zitten. Een gast die honger heeft voordat de gastheer bedacht heeft wat er gegeten zal worden. Iemand die even alleen wil zijn, zelf wil bepalen wanneer hij vertrekt of niet voortdurend zijn kind uit handen wil geven.
Dat zijn op zichzelf kleine dingen. Maar ze stellen allemaal dezelfde vraag: mag jouw werkelijkheid invloed hebben op wat hier gebeurt?
Gastvrijheid is daarom meer dan een stoel aanbieden en voldoende eten in huis hebben. Gastvrijheid betekent dat de komst van een ander enige consequentie heeft. Misschien eten we vandaag eerder. Misschien duurt het bezoek korter. Misschien slaan we een traditie over. Misschien blijft iemand niet slapen. Misschien is de baby vandaag vooral bij zijn ouders. Misschien blijkt een plan dat voor de één gezellig klinkt voor een ander eenvoudigweg onhandig.
Dat hoeft niet altijd opgelost te worden in het voordeel van de gast. Wederkerigheid betekent niet dat één persoon voortaan alles bepaalt. Het betekent alleen dat verschillende werkelijkheden naast elkaar mogen bestaan en dat ze allemaal enige invloed hebben.
Juist in families kan dat verrassend moeilijk zijn. Een familie heeft meestal al een ritme voordat er partners en kinderen bijkomen. Er zijn gewoontes, vaste rollen en verhalen over hoe dingen bij hen gaan. Wie kookt, wie organiseert, wanneer men eet, hoe lang een verjaardag duurt, wat met Kerstmis hoort, wie behulpzaam is en wie altijd moeilijk doet. Zulke patronen hoeven helemaal niet bewust te zijn. Vaak zijn ze juist zo vanzelfsprekend geworden dat niemand ze nog als keuzes ervaart.
Nieuwe mensen worden daar gemakkelijk in opgenomen alsof het bestaande systeem neutraal is. Je kunt natuurlijk mee-eten. Je kunt natuurlijk blijven slapen. Je kunt natuurlijk meegaan. Iedereen doet dat toch?
Maar wat voor de één vanzelfsprekend is, kan voor de ander een reeks kleine aanpassingen betekenen. De reistijd wordt door iemand gedragen. Het late eten wordt door iemand gedragen. Een kind dat over zijn slaap heen raakt wordt later door iemand naar bed gebracht. De onzekerheid over het programma wordt door iemand verdragen. Wie geen eigen vervoer, kamer, sleutel of duidelijke vertrektijd heeft, levert bovendien een deel van zijn autonomie in.
Los van elkaar zijn dat futiliteiten. Samen kunnen ze een merkwaardig gevoel oproepen: ik ben hier wel aanwezig, maar mijn aanwezigheid heeft geen gewicht.
Slechte planning laat dat soms scherper zien dan openlijk onvriendelijk gedrag. Wanneer iemand pas laat bedenkt dat er nog boodschappen nodig zijn, kan dat voor die persoon spontane gezelligheid zijn. Voor iemand anders betekent het een uur langer wachten met een hongerig kind. Wie steeds het programma bepaalt, merkt vaak nauwelijks hoeveel organisatie anderen nodig hebben om erin mee te bewegen.
Daar ontstaat ongemerkt een hiërarchie. Niet noodzakelijk tussen mensen die meer of minder geliefd zijn, maar tussen werkelijkheden die meer of minder tellen.
De ene honger bepaalt wanneer er gegeten wordt. De andere honger moet wachten. De ene vermoeidheid is reden om naar bed te gaan. De andere vermoeidheid moet nog even volhouden. De ene behoefte aan gezelschap maakt een bezoek noodzakelijk. De behoefte van een ander aan afzondering geldt ineens als ongezelligheid.
Decor heeft dit probleem niet. Decor heeft geen honger, geen reistijd, geen bedtijd en geen behoefte om even alleen te zijn. Het staat waar het neergezet wordt.
Daarom kan iemand ook veel aandacht krijgen en toch decor zijn. Misschien wordt er voortdurend gevraagd wanneer je komt. Misschien willen mensen de baby vasthouden, foto’s maken, cadeaus geven, samen eten en tradities voortzetten. Er is dan bepaald geen gebrek aan belangstelling.
Maar belangstelling is nog geen wederkerigheid.
Je kunt zelfs een belangrijke rol spelen in het emotionele leven van iemand anders zonder werkelijk als zelfstandig persoon gezien te worden. Een zoon kan degene zijn die moet langskomen zodat een moeder zich geliefd voelt. Kleinkinderen kunnen bevestigen dat zij een betrokken oma is. Een schoondochter kan nodig zijn om het beeld van een hechte familie intact te houden. Iedereen is belangrijk, maar belangrijk binnen een functie.
Dat hoeft geen berekening te zijn. Mensen gebruiken elkaar voortdurend om hun identiteit mee vorm te geven. We zijn ouder doordat iemand ons kind is, partner doordat iemand bij ons hoort, vriend doordat iemand onze vriendschap beantwoordt. Daar is niets vreemds aan.
Het wordt problematisch wanneer de ander zijn rol niet meer vrij mag invullen.
Dan wordt teleurstelling gemakkelijk een opdracht. Ik vind het jammer dat jullie niet komen verandert ongemerkt in jullie behoren te komen. Ik wil mijn kleinkind graag zien wordt jullie moeten ervoor zorgen dat ik mijn kleinkind zie. Mijn beeld van een fijne familie wordt iets waaraan anderen hun tijd, rust en grenzen moeten leveren.
Wie daar niet meer aan meewerkt, veroorzaakt ineens een probleem.
Daarom ontstaan conflicten vaak pas wanneer iemand ophoudt zich aan te passen. Zolang iedereen op de goede plek blijft staan, lijkt het systeem harmonieus. De familiefoto is compleet. Het eten is gezellig. Niemand maakt ergens een punt van.
Pas wanneer iemand zegt dat hij eerder vertrekt, niet blijft slapen, zijn kind zelf vasthoudt, een uitnodiging afslaat of vraagt om het programma aan te passen, wordt zichtbaar hoeveel ruimte die persoon werkelijk had.
Pas wanneer het decor beweegt, ontdek je dat het decor was.
Daarom vind ik de vraag of iemand “genoeg aandacht” krijgt eigenlijk niet zo interessant. Het gaat ook niet om de eis dat anderen voortdurend rekening met je houden. Geen enkel mens kan overal centraal staan, en volwassen gezelschap vraagt vanzelfsprekend ook aanpassing.
De interessantere vraag is of je mede-auteur bent.
Kan jouw komst iets veranderen? Kan informatie van jouw kant het plan beïnvloeden? Is nee een werkelijk antwoord of alleen het begin van een onderhandeling? Mag je een situatie anders beleven dan degene die haar organiseert? Kun je weggaan zonder dat jouw vertrek als afwijzing wordt behandeld? Kun je iets nodig hebben zonder dat die behoefte onmiddellijk moet worden verdedigd?
Daar zit agency.
Misschien is dat ook waarom een uitweg zo belangrijk kan worden. Niet omdat iedereen voortdurend moet kunnen vluchten, maar omdat vertrekken de laatste vorm van invloed wordt wanneer je verder nergens invloed op hebt. Als het tijdstip, het eten, de duur, de omgang met je kinderen en het ritme van het bezoek allemaal elders worden bepaald, blijft uiteindelijk nog één beslissing over: of je er bent.
Dan lijkt weigeren van buitenaf soms buitensporig. Waarom zou iemand niet gewoon een paar uur mee kunnen doen?
Omdat die paar uur niet het eigenlijke probleem zijn. Het probleem is dat aanwezigheid verward wordt met beschikbaarheid. Dat iemand wel welkom is zolang hij zich in het bestaande tableau laat plaatsen, maar lastig wordt zodra hij zelf vorm aan zijn aanwezigheid geeft.
Geen decor willen zijn betekent daarom niet: iedereen moet zich aan mij aanpassen.
Het betekent: mijn aanwezigheid is geen grondstof voor het gewenste tafereel van iemand anders.
Ik wil best aanschuiven, meebewegen, wachten, helpen en rekening houden. Maar mijn werkelijkheid bestaat ondertussen ook. Mijn vermoeidheid verdwijnt niet omdat het gezellig hoort te zijn. Een kind houdt zijn bedtijd niet aan uit respect voor een familietraditie. Reistijd wordt niet korter omdat iemand graag wil dat iedereen komt. En liefde maakt autonomie niet overbodig.
Het tegenovergestelde van decor zijn is uiteindelijk niet gezien worden.
Het is invloed hebben.
Niet alle invloed. Niet altijd je zin. Alleen voldoende invloed om ergens niet uitsluitend een rol te vervullen die al geschreven was voordat je binnenkwam.
Want een mens die werkelijk welkom is, vult niet alleen een lege stoel.
Hij verandert de kamer.
..
.
Hierna wil ik graag verder kijken naar een levensvisie. Nu is bijvoorbeeld in oranje het hoogst haalbare een soort Bezos-Kardashian-kruising: winnen en status. Wie ziekte, handicap of andere pech heeft, draagt dan een blok aan het been dat het ‘ideaal’ onhaalbaar maakt. Groen probeert dat te corrigeren door ‘een wagentje bij dat blok te bouwen’, zodat het eerlijker wordt, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: één standaardroute waar iedereen op moet passen.
Ik wil liever een ander uitgangspunt neerzetten: iedereen krijgt in het leven een ander blok mee. En hoe je daarmee leert leven is jouw levensqueeste. Voor de één is dat ziekte, handicap of misbruik, voor de ander is het juist het dragen van veel verantwoordelijkheid of een grote ambitie hebben. Het leven is niet eerlijk en dat zal het ook nooit worden. Dat maakt dat de ene uitkomst ook niet bewonderenswaardiger dan de andere is; het gaat erom hoe je er mee om bent gegaan.
Zo’n visie vraagt wel om een stevige ondergrens waarbij de basisbehoeften voor iedereen geregeld zijn: (gezond) eten, een dak boven je hoofd met het liefst ook nog wat privacy, de juiste zorg en begeleiding of opleiding. Anders kun je niet verwachten dat mensen kunnen groeien. Dat is wat een gele laag zou moeten ontwerpen: de bodem waarop mensen hun eigen queeste kúnnen aangaan.
.

.
Afbeeldingen:
De afbeeldingen zijn verkregen door ruzie te maken met ChatGPT.
.
