De Blauwe samenleving

Het aanzien van uw zweet

In de Grieks-Romeinse wereld werd lichamelijke arbeid gezien als iets voor slaven of lagere klassen. De vrije burger hoorde zich bezig te houden met filosofie, politiek, oorlog of kunst — niet met productie of handwerk. In die zin was arbeid dus onwaardig voor de elite. De arbeidsethos was rood en deels oranje (prestige, status, macht), niet blauw (plicht).

“Wie werkt om te leven, kan niet leven om te denken.”

Aristoteles

In het vroege christendom (100-500 n. Chr.) begint het blauwe arbeidsethos: plicht, orde, gehoorzaamheid. Arbeid werd gezien als een straf na de zondeval, maar tegelijk als middel tot verlossing. Door hard te werken, gehoorzaam te zijn en te lijden, kon men zich verzoenen met God. Werken stond voor nederigheid en boetedoening; het ging hier niet om individueel succes, maar als dienst aan God en de gemeenschap. Luiheid was een zonde.

“In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen.”

Genesis 3:19

Middeleeuwen (500–1500): arbeid als roeping (vocatio). Met de opkomst van kloosters krijgt arbeid een bijna sacrale status:

“Ora et labora” – Bid en werk (regel van Benedictus, 6e eeuw).

In de kloosters gold:

  • Werken is bidden in actie.
  • Arbeid brengt orde in de ziel.
  • Discipline en ritme zuiveren de mens van zonde.
  • Handwerk (schrijven, brouwen, landbouw) is gehoorzaamheid aan God.

In de wereld buiten de kloosters:

  • Leenstelsel / standenmaatschappij:
    Iedereen heeft zijn door God gegeven plek (adel, geestelijkheid, boeren).
    Arbeidsethos = trouw aan je stand, gehoorzaamheid aan gezag, nakomen van je plichten.
  • Gilden:
    Ontstaan vanaf ca. 1100: ambachtslieden organiseren zich, werken volgens erecodes, kwaliteit en eerlijkheid.
    eerlijk werk voor een eerlijke prijs.
    → trots op vakmanschap, maar altijd onder toezicht van kerk en stadsbestuur.

Blauw in optima forma: orde, regels, gezag, religie, plicht.


De late middeleeuwen (1200–1500 n. Chr.) geldt als voorbereiding op oranje. Langzaam verschuift de betekenis van werk:

  • Handelaren (Venetië, Florence, Brugge) beginnen rijk te worden.
  • Werken en winst maken krijgen een morele legitimatie (“God zegent de nijverheid”).
  • De Renaissance zal dit later uitvergroten: mens centraal, zelfverheffing door arbeid.

Maar tot aan 1500 blijft arbeid hoofdzakelijk:

  • Een plicht aan God of heer.
  • Een expressie van gehoorzaamheid.
  • Een beperkte bron van trots — mits onder moreel gezag.

Feodalisme. Gildes.

In de moderne economie

Sfeer van ‘altijd al zo geweest’. Vrouw blijft thuis pas vanaf 19-. Fabrieksmagnaten, zoals Ford, wilden betrouwbare werknemers. Niet de dronkenlappen uit de 19e eeuw. Handelsonbekwaamheid pas afgeschaft in 195-, maar er wordt niet bij verteld dat het pas geintroduceerd is in 19-. Denktank …, van het versje The Night before Christmas, wilde van kerst een gezinsfeest maken. Hiervoor nog een socialistische lading, de straat op gaan naar het huis van je werkgever als in Saturnalia.

🕯️ Van heremieten naar bedelorden: wanneer gebeurt de overgang?

1. Heremieten (kluizenaars)

Periode: vanaf de 3e eeuw n.Chr. tot ± de 12e eeuw
Hoogtepunt: 4e–6e eeuw

De eerste christelijke kluizenaars ontstaan in Egypte:

  • Antonius de Grote (3e–4e eeuw) → vader van het kluizenaarsleven
  • Woestijnvaders en -moeders → zoeken afzondering, stilte, ascese
  • Het ideaal: eenzaam leven met God, weg van de verdorven maatschappij

Door de eeuwen heen bestaan heremieten door heel Europa — in bossen, hutten, grotten, soms verbonden aan kloosters maar vaak geheel alleen.

Waarom heremieten belangrijk waren

  • Spiritualiteit = afzondering
  • Maatschappij = corrupt en gevaarlijk
  • Het hoogste ideaal was: jezelf heiligen door terugtrekking

2. Een kantelpunt rond de 11e–12e eeuw

Vanaf de late middeleeuwen verandert Europa:

  • Steden groeien
  • Handel en universiteiten ontstaan
  • De kerk verstedelijkt
  • Armen en zieken komen naar de stad i.p.v. naar het platteland

De klassieke kluizenaar, alleen in een grot, sluit steeds minder aan bij de realiteit van het leven in steden. De bevolking heeft nieuwe vormen van spirituele leiding nodig.

Dit is de voedingsbodem voor de bedelorden.


3. De bedelorden verschijnen (13e eeuw)

De grote overgang vindt plaats in de 12e–13e eeuw, met de officiële stichting van:

1216 – Orde van de Predikers (Dominicanen)

Gesticht door: Dominicus van Guzmán
Ideaal: prediking, onderwijs, ketterij bestrijden
Lifestyle: in de stad leven, intellectueel, studie, debat

1209 / 1223 – Orde van de Minderbroeders (Franciscanen)

Gesticht door: Franciscus van Assisi
Ideaal: radicale armoede, eenvoud, zorg voor armen
Lifestyle: tussen de mensen, wandelen, bedelen, preken

Beide orden worden ‘bedelorden’ genoemd (mendicanten) omdat leden geen bezit mogen hebben en leven van giften.

.

Ga naar de andere kleuren

.

Bronnen

“Incidentally this record is available in the foyer. Some of us got to live as well, you know.”

Eric Idle – Always look on the bright side of life – Life of Brian (1979)

The Preaching of Islam: A History of the Propagation of the Muslim Faith – T.W. Arnold

Goddesses in Everywoman – Jean Shinoda Bolen

Gods in Everyman – Jean Shinoda Bolen

De Bible Belt – Jonah Falke

Class – Paul Fussell

Big little steps – Mathilde Loujayne

En de mens schiep God – Selina O’Grady

De waarheid over Eva – Karel van Schaik, Kai Michel

Het oerboek van de mens – Karel van Schaik, Kai Michel

Wat christenen geloven & moslims niet begrijpen – Gert-Jan Segers, Marten de Vries

De uitvinding van het individu – Larry Siedentop

Dit is geen verdediging – Francis Spufford

Allah loves – Omar Suleiman

De onverzadigbare vrouw en de afwezige man – Lisette Thooft

Jezus & Maria Magdalena – Lisette Thooft

Middeleeuwse medemensen – Nathan Van Kleij, Jonas Roelens

Ontluikend christendom – Daniël de Waele

Medieval Europe – Chris Wickham