De Blauwe samenleving
Monotheïsme
De rode goden gaven niet heel veel om de mensen. De mensen offerden iets en hoopten dan dat de goden hun wensen lieten uitkomen. Er was geen sprake van liefde of een persoonlijke verbinding.
Samen met het blauwe waardesysteem wordt het individu uitgevonden, ieder met een eigen onsterfelijke ziel. God staat voor de liefde die nodig is om een juist leven te leiden.
Kenmerkend van de 3 religies is de egalitaire en sociale ethiek. Het hindoeïsme heeft bijvoorbeeld geen sociale bewogenheid gekend. Aan de andere kant is er ook sprake van uitverkiezingstheologieën, waarmee ze erg hard tegen buitenstaanders optreden.

Anders dan de rest
Bij het hindoeïsme bestaan de verschillende kleuren naast elkaar. Er worden goden aanbeden zoals in rood. Daarnaast zorgen onder andere dharma (juist handelen) en kaste voor een blauw systeem. Ook de rede (oranje) wordt niet ontkend. Maar er bestaat ook Brahman: het goddelijke, waar alles van doordrongen is. De godservaring wordt geopenbaard, deze is niet voor rede vatbaar. Het bereiken van de verlichting doet men zelf, door de juiste manier van leven te beoefenen (turquoise). Het Nirwana heeft dan wat weg van de hemel, maar het is abstracter, een opgaan in gelukzaligheid. Voor Boeddha doen theologie of geloofsovertuiging er niet toe, alleen de juiste manier van leven. Daardoor zal je als mens ervaren dat het bestaat.
Het vroege Jodendom

In den beginne waren de joden nog geen monotheïsten. Het is ook onduidelijk of de God van Abraham wel dezelfde is als die van Mozes. Bij Abraham is God ook een soort vriend, een menselijke vorm die hij kan tegenkomen en mee kan worstelen. Dit lijkt erg op hoe de andere volkeren (in rood) hun goden zagen, zoals bij de oude Grieken.
Bij Mozes (rond 1200 v. Chr.) is er al veel meer afstand tussen God en de mensen. God is ook afschrikwekkender, daalt omgeven door rook af naar de berg Sinaï. Een kenmerk van een profeet is geen mystieke verlichting, maar gehoorzaamheid. Het unieke is dat Jahweh een verbond sloot met het joodse volk, waarbij hij ze beloofde bij te staan als ze alleen hem aanbaden. Bij de opvolger van Mozes, Jozua, vond een officiële ceremonie plaats zoals bij een verbond tussen koning en vazal. Er waren afspraken over loyaliteit en straf bij het verbreken. Ook nieuw was dat de wet nu van boven werd opgelegd, anders dan dat deze volgens de heidenen uit de aard der dingen volgde. En deze God is niet te vinden in de natuur, maar bewoont een ander rijk.
De hele Pentateuch (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) geeft blijk van het bestaan van meerdere goden. Jahweh was toch vooral interessant als oorlogsgod. In tijden van vrede werd onder andere ook de Kanaänitische Baäl als vruchtbaarheidsgod aanbeden. Ook in veroverde tempels die aan Jahweh gewijd worden zij nog heidense ceremonieën en symbolen te vinden.
Na koning David bekeert Jezebel, de vrouw van koning Achab (874 v. Chr.) het noorden tot het aanbidden van Baäl. Maar bij aanhoudende droogte wint het vuuroffer van de profeet Elia het van de priesters van Baäl en de regens komen. Vanaf dat moment geldt Jahweh ook als vruchtbaarheidsgod. De 450 Baäl-priesters worden gedood. Ook dit is voor het eerst dat een god geen andere goden of hun priesters meer toestaat.
In 721 v. Chr. valt het noordelijke koninkrijk en worden de joden weggevoerd naar Assyrië. Daar worden ze gedwongen te assimileren. In 587 wordt Jeruzalem verwoest door de Babyloniërs en de bevolking wordt weggevoerd naar Babylon en Tel Aviv. Deels krijgt Jahweh de schuld, maar dit wordt verklaard met dat God het joodse volk een les wil leren. Het verbond hield namelijk een verantwoordelijkheid in en geen privilege. Men is van onderdrukten naar onderdrukkers gegaan, terwijl Jahweh wil dat ze innerlijk goed en rechtvaardig zijn. De boodschap geeft veel hoop: als God ze eerder heeft gered kan hij dat weer doen.
Dan verovert Cyrus van Perzië het Babylonische Rijk en vanaf 538 v. Chr. keren ‘42.360’ joden weer terug naar Juda. Daar leggen ze hun nieuwe denkbeelden op aan de achtergebleven joden. Onder andere dat God niet echt te zien valt, alleen diens heerlijkheid op aarde. Ook is hij verantwoordelijk voor de schepping, welke start met de oerdiepte, tehom (een verbastering van het Soemerische Tiamat). De dag van de sabbat herinnert aan het scheppingsverhaal. Ook is er de mitswot: 613 geboden en verboden, zoals spijswetten. De boeken Numeri en Leviticus worden toegevoegd. De tijd van de profeten en het directe contact met God zijn voorbij.


In 332 v. Chr. verslaat Alexander de Grote de Perzische koning Darius III. Sommige joden verwelkomen de Grieken, Jahweh zit ook in hun pantheon als Iao. De synagogen spreken de Grieken aan, omdat ze daar, anders dan in hun tempels, lezen, bidden en preken. Voor een goede preek staan ze in de rij, zoals ze ook zouden doen wanneer een bekende filosoof hun stad bezocht.
Maar langzaam bouwt de spanning tussen de Grieken en de joden op. Doordat ze de Griekse goden niet willen aanbidden worden ze gezien als ‘atheïsten‘ die de staat in gevaar brengen. Er vinden al pogroms plaats en men is bang voor een joodse opstand.
In de 1e eeuw v. Chr. veroveren de Romeinen de Griekse gebieden. Zij zien de joden als nuttige bondgenoten tegenover de vijandelijke Grieken. Ze krijgen volledige godsdienstvrijheid en hun oude religie dwingt respect af. De Romeinen voelen zich aangetrokken tot het hoge morele karakter.
De joden van Palestina waren conservatiever dan in de andere gebieden. Ook waren hier vele sekten op zoek naar andere manieren om God te vinden. Ook zijn er politieke zeloten welke pertinent tegen overheersing zijn en in 66 n. Chr. weten ze een opstand te organiseren. De Romeinen zijn bang dat deze overspringt naar de joden die over het rijk verspreid zijn, zo’n 10% van hun bevolking is joods, en ze slaan de opstand genadeloos neer. In 70 n. Chr. wordt Jeruzalem in de as gelegd en de joden opnieuw in ballingschap gebracht.
God is in het leven van alle dag te vinden. elke tafel is als een altaar. Zijn tastbare aanwezigheid is in natuurverschijnselen te vinden. God komt aangepast aan ieders bevattingsvermogen, het is een strikt persoonlijke ervaring. Het is verboden zijn naam uit te spreken.
De Talmoed blijft met commentaar aangevuld worden. Er zijn rabbijnse beroemdheden. Vrouwen mogen geen rabbijn worden, de Thora leren of in de synagoge bidden. Zij dienen thuis de reinheid te bewaren. Het huwelijk wordt gezien als een gewijde plicht en het gezin is heilig. God moet niet in lijden en ascese worden gezocht. Het lichaam dient geëerd en verzorgd te worden. Moord is heiligschennis, want God is in elke mens aanwezig.

Work in progress: Het christendom
(uitbreiden)
Alle godinnen werden uitgebannen en kwamen samen in de maagd Maria.
.
Work in progress: De Islam

Twee generaties voordat Mohammed werd geboren leefde zijn stam, de Koeraïsjieten, nog een hard en grotendeels nomadisch bestaan. Het leven was onzeker en rauw en juist daardoor telden een paar dingen extra zwaar. De stam ging vóór het individu. Binnen de eigen groep zorgde men voor armen en kwetsbaren. Dat hoorde bij moeroewah, het ideaal van generositeit en grootmoedigheid, ook bij de bereidheid om jezelf op te offeren als het moest (paars). Tegelijkertijd was er de logica van eer en vergelding. Bloedwraak moest voorkomen dat moord ongestraft bleef, want zwakte tonen kon het einde van je stam betekenen (rood). Maar diezelfde logica kon ook makkelijk doorschieten in een geweldsspiraal tussen stammen. Het harde leven maakte mensen bovendien relatief egalitair en materieel eerder onverschillig dan hebberig (paars).
Aan het einde van de zesde eeuw veranderde de positie van de Koeraïsjieten snel door succes in de handel. Mekka werd de belangrijkste nederzetting in Arabië en dat hing samen met een ritme dat elk jaar terugkwam. Arabieren trokken op bedevaart naar de Ka’ba, een heiligdom uit de verre oudheid. Het terrein eromheen gold als gewijd en daar was geweld verboden. Dat maakte het mogelijk om elkaar daar veilig te ontmoeten, te onderhandelen en handel te drijven. De vrede op die plek maakte Mekka rijk.
Maar datzelfde geld veranderde ook de verhoudingen. De opbrengsten van de handel beschermden de stam tegen ondervoeding en maakten haar minder afhankelijk van stammenstrijd, maar de oude stamwaarden werden tegelijk steeds meer verdrongen door onderlinge concurrentie. Waar vroeger de stam de vanzelfsprekende maat was ontstond er een nieuw soort rivaliteit tussen mensen en families. Dat kon voelen als stuurloosheid en desoriëntatie. Mohammed vreesde dat hebzucht en egoïsme zouden uitlopen op interne strijd en dat de Arabieren er moreel en politiek aan ten onder zouden gaan.
Daarbij leefden de Arabische stammen in de schaduw van twee grootmachten, het Byzantijnse Rijk en het Sassanidische Rijk in Perzië. Het gebied dat wij nu Jemen noemen stond onder Sassanidische invloed. Er waren joden in Yathrib, het latere Medina, en er waren ook Arabieren die het nestoriaanse christendom aanhingen, maar veel mensen zagen het jodendom en christendom vooral als verbonden met het imperialisme van Byzantium en Perzië.
Toch bestond er ook een idee dat Allah, ‘de God’, die voor velen de hoofdgod van hun pantheon was, dezelfde God was als die van joden en christenen. Abraham werd niet gezien als jood of christen, omdat hij vóór de Thora en vóór het evangelie had geleefd. Sommige Arabieren waren op zoek naar wat zij de ware godsdienst van Abraham noemden al is het ook mogelijk dat dit een mythe uit latere tijden is.


In 610, tijdens de ramadan, kreeg Mohammed op de berg een visioen van de engel Gabriël. Zijn neef Waraka, die christen was, kon dit duiden als een openbaring. Er was nu een Arabische profeet met het woord van God in de Arabische taal. Mohammed en veel mensen om hem heen waren analfabeet. Hij reciteerde de verzen en anderen leerden ze uit het hoofd totdat iemand ze kon opschrijven. De boodschap sloot aan bij bekende tradities en kreeg vorm over een periode van ongeveer drieëntwintig jaar. Als je de ontwikkeling over die tijd volgt is te zien dat de verzen gaandeweg een steeds universeler karakter kregen.
Toen Mohammed in 632 stierf waren de meeste Arabische stammen verenigd in een nieuwe geloofsgemeenschap. Nog geen eeuw later strekte het rijk dat uit die eenheid voortkwam zich uit van de Himalaya tot aan de Pyreneeën.
(uitbreiden)
.
Work in progress: De Monotheïsten in de moderne tijd
(uitbreiden)
Ik durf te beweren dat de islam tegenwoordig een blauwere religie is dan het christendom. De islam is meer een religie van praktijken en rituelen en zorgt voor meer saamhorigheid en zichtbaarheid. Orthopraxie, het juiste handelen. Bij het christendom speelden praktijken vroeger een grotere rol: de vastenperiode, gebedstijden & ritme, rituele reiniging, liefdadigheid als plicht, pelgrimage, kleding- en voedselvoorschriften., lichamelijke gebedshoudingen.
Bij veel protestantse stromingen ligt de nadruk op persoonlijk geloof en Schriftlezing. Dat maakt het individueler er intellectueler dan katholieke / orthodoxe tradities, waar ritueel, kalender en sacramenten een groot deel van het doen bepalen. Het ontstaan van het protestantisme valt ook samen met de ontwikkeling van Oranje in de westerse wereld. Het afsplitsen van steeds strengere groepen zoals Gereformeerden lijkt een greep terug naar het groepsgevoel vanuit Blauw. Bij hen spelen zichtbaarheid en saamhorigheid weer een grotere rol.
Orthodoxie, het juiste denken of de juiste leer. De intentie van ons handelen.
God als the Magical Other.
.
Ga naar de andere kleuren
.
Bronnen
“Incidentally this record is available in the foyer. Some of us got to live as well, you know.”
Eric Idle – Always look on the bright side of life – Life of Brian (1979)
Een geschiedenis van God – Karen Armstrong
The Preaching of Islam: A History of the Propagation of the Muslim Faith – T.W. Arnold
Goddesses in Everywoman – Jean Shinoda Bolen
Gods in Everyman – Jean Shinoda Bolen
De Bible Belt – Jonah Falke
Class – Paul Fussell
Big little steps – Mathilde Loujayne
En de mens schiep God – Selina O’Grady
De waarheid over Eva – Karel van Schaik, Kai Michel
Het oerboek van de mens – Karel van Schaik, Kai Michel
Wat christenen geloven & moslims niet begrijpen – Gert-Jan Segers, Marten de Vries
De uitvinding van het individu – Larry Siedentop
Dit is geen verdediging – Francis Spufford
Allah loves – Omar Suleiman
De onverzadigbare vrouw en de afwezige man – Lisette Thooft
Jezus & Maria Magdalena – Lisette Thooft
Middeleeuwse medemensen – Nathan Van Kleij, Jonas Roelens
Ontluikend christendom – Daniël de Waele
Medieval Europe – Chris Wickham
