Geen decor zijn

Niet als decor is geen eis van iemand die “meer aandacht” wil. Het is een basisvoorwaarde om überhaupt ergens te kunnen zijn zonder jezelf kwijt te raken. Het is het verschil tussen aanwezig zijn als mens en aanwezig zijn als object. Dat laatste lijkt oppervlakkig — je zit er toch, je zegt toch hallo, je glimlacht toch — maar je lichaam voelt het haarfijn: ik ben hier niet bedoeld als persoon, ik ben hier bedoeld als invulling.

Decor zijn betekent dat jouw aanwezigheid geen wederkerigheid oproept. Niemand stemt op je af. Niemand vraagt iets dat echt antwoord kan verdragen. Je kind, je vermoeidheid, je tempo, je grenzen: het bestaat wel, maar het telt niet mee. Je bent het meubelstuk dat bewijst dat het gezin compleet is, het bewijsplaatje voor een familiefoto, de bevestiging dat iedereen “gezellig bij elkaar” is. En tegelijk voel je dat je eigenlijk in de weg zit, want het ritme is al bepaald, de gesprekken lopen al, de rollen liggen al vast. Jij mag erin passen, of je mag ongemerkt verdwijnen. Dat is decor.

Het bijzondere is dat decor-zijn vaak niet eens bewust gemeen is. Het kan ontstaan uit drukte, gewoonte, groepsdynamiek. Maar het effect blijft hetzelfde: jij moet je innerlijk verplaatsen naar een plek waar je minder ruimte inneemt, waar je minder voelt, waar je minder nodig hebt. Je wordt klein om het geheel soepel te houden. En als je dat vaak genoeg doet, gaat je lichaam het herkennen als iets gevaarlijks. Niet omdat de ander per se gevaarlijk is, maar omdat de situatie één cruciaal element mist: uitweg. Autonomie. De mogelijkheid om even op adem te komen zonder dat het als onbeleefd of “moeilijk” wordt gezien.

Decor-zijn raakt iets diepers dan sociale irritatie. Het raakt waardigheid. Wederkerigheid is geen romantisch ideaal; het is het cement waarmee menselijke contacten überhaupt dragend worden. Je hoeft niet altijd diepgaand gezien te worden. Soms is het al genoeg dat iemand je aankijkt wanneer je binnenkomt, dat er ruimte is voor jouw tempo, dat er rekening wordt gehouden met het feit dat je kind geen mini-volwassene is, dat er een stoel is die niet “van iemand anders” is, dat je even weg kunt lopen zonder dat iemand je terugroept. Het gaat niet om de perfecte gastvrijheid, maar om een signaal: jij bent onderdeel van de werkelijkheid hier, niet een decoratief element erin.

Veel mensen vinden dit lastig om hardop te zeggen, omdat het snel klinkt als ego. Omdat we geleerd hebben dat familie “gewoon hoort”, dat je je aanstelt, dat je dankbaar moet zijn dat je überhaupt uitgenodigd wordt. Maar dat is precies de denkfout: alsof een uitnodiging automatisch betekent dat je als mens aanwezig mag zijn. Een uitnodiging kan ook gewoon een logistiek gebaar zijn. Of een ritueel. En rituelen kunnen mooi zijn, maar ze kunnen ook leeg zijn. Als jij in een ritueel terechtkomt waarin jij altijd de persoon bent die inslikt, glimlacht, wacht, en achteraf leeg thuiskomt, dan is het niet jouw taak om dat ritueel in stand te houden. Je bent niet op aarde gezet om de gezelligheid van anderen mogelijk te maken door jezelf uit te zetten.

Daarom is “niet als decor” zo’n heldere grens. Het is geen aanval op de ander, het is een keuze vóór jezelf. Het betekent: ik ga alleen ergens heen als ik daar als mens kan bestaan. Als er een plek is voor mijn stem, al is het klein. Als er een uitweg is, al is het even naar buiten of even naar een andere kamer. Als er een minimale vorm van wederkerigheid is: iemand die vraagt, luistert, rekening houdt. En als dat er niet is, dan is het geen bezoek, maar een uithoudproef. Dan ga ik niet, of ik ga kort, of ik ga op mijn eigen voorwaarden.

Het lastige is dat dit soms botst met het beeld dat anderen hebben. In veel families is er iemand die “altijd gaat” en iemand die “altijd moeilijk doet”. Als jij stopt met decor zijn, verander je de rolverdeling. Dan lijkt het ineens alsof jij de sfeer verpest, terwijl je in werkelijkheid alleen ophoudt met het dragen van een onzichtbare last. Dat voelt spannend, zeker als je ooit geleerd hebt dat liefde samenvalt met aanpassen. Maar volwassen liefde is niet: jezelf uitwissen zodat het geheel rustig blijft. Volwassen liefde is: aanwezig blijven als jezelf, ook als dat betekent dat je grenzen stelt.

En misschien is dit de eenvoudigste manier om het te testen. Als je een uitnodiging krijgt, vraag jezelf niet: “kan ik dit aan?” maar: “kan ik hier mens zijn?” Heb ik daar een plek, een stem, en een uitweg? Als het antwoord nee is, dan is weigeren geen drama. Het is helderheid. En helderheid is vaak precies wat een leven nodig heeft dat niet langer om prestaties draait, maar om waardigheid.

Niet als decor is geen luxe. Het is de bodem van agency. Als je die bodem terugpakt, wordt alles rustiger: je hoeft minder te ontploffen, minder te pleasen, minder te twijfelen aan je eigen blik. Je hoeft alleen nog te doen wat ieder mens diep vanbinnen al weet: je bent geen onderdeel van het decor. Je bent een persoon. En je mag bestaan.

Hierna wil ik graag verder kijken naar een levensvisie. Nu is bijvoorbeeld in oranje het hoogst haalbare een soort Bezos-Kardashian-kruising: winnen en status. Wie ziekte, handicap of andere pech heeft, draagt dan een blok aan het been dat het ‘ideaal’ onhaalbaar maakt. Groen probeert dat te corrigeren door ‘een wagentje bij dat blok te bouwen’, zodat het eerlijker wordt, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: één standaardroute waar iedereen op moet passen.

Ik wil liever een ander uitgangspunt neerzetten: iedereen krijgt in het leven een ander blok mee. En hoe je daarmee leert leven is jouw levensqueeste. Voor de één is dat ziekte, handicap of misbruik, voor de ander is het juist het dragen van veel verantwoordelijkheid of een grote ambitie hebben. Het leven is niet eerlijk en dat zal het ook nooit worden. Dat maakt dat de ene uitkomst ook niet bewonderenswaardiger dan de andere is; het gaat erom hoe je er mee om bent gegaan.

Zo’n visie vraagt wel om een stevige ondergrens waarbij de basisbehoeften voor iedereen geregeld zijn: (gezond) eten, een dak boven je hoofd met het liefst ook nog wat privacy, de juiste zorg en begeleiding of opleiding. Anders kun je niet verwachten dat mensen kunnen groeien. Dat is wat een gele laag zou moeten ontwerpen: de bodem waarop mensen hun eigen queeste kúnnen aangaan.

Afbeeldingen:

De afbeeldingen zijn verkregen door ruzie te maken met ChatGPT.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *