De rode samenleving

Leven als een god in rood

Er was eerst geen duidelijke hiërarchie binnen de tempelfamilies, zoals in de eerste Mesopotaamse stad Eridu. Na het ontstaan van georganiseerde oorlogen komen echter de belangrijkste bestuurlijke functies samen in één persoon: krijgsheer, bouwheer, hogepriester en rechter. Koningen en patriarchen kunnen hun egoïsme alle ruimte geven, alles om steeds meer bezit bijeen te brengen. Bij paars zouden zulke figuren al lang door de gemeenschap gedood zijn. Maar bij de eerste landbouwers lonen slechte daden meestal.

Bij mannen in rood ontstaan costly signals, zoals oorlogskleuren, wapenuitrustingen, (moderner zijn vele medailles op een uniform) en kostbare juwelen en stoffen. Het is een signaal aan de mannen om hun loyaliteit te kunnen kopen en aan vrouwen dat zijn familie het aan niets ontbreekt en hij dus begeerlijk is. Door costly signals hoeft de man in kwestie zich niet de hele tijd eerst te bewijzen. Zo had men in paars al costly signals, maar dit waren tekens van bekwaamheid: veren van zeldzame vogels die hij kon vangen, berenklauwen waartegen hij de stam kon beschermen. Ook bij dieren is mannelijke opsmuk een bewezen strategie, met name bij dieren die elkaar niet goed genoeg kennen (door hoge aantallen of hun migratiepatroon) om elkaars kracht in te kunnen schatten. Deze dieren zorgen voor extravagante ornamenten die hun kracht zichtbaar moeten maken zonder dat ze direct hoeven te vechten.

De koning wordt in al zijn behoeften voorzien en kan aan al zijn impulsen toegeven. Hij mag alleen nooit zijn kwetsbaarheid laten zien en moet altijd krachtig en strategisch* optreden, vaak hard en meedogenloos. Macht zit alleen daar waar anderen denken dat de macht zit. Zodra iemand een mogelijkheid ziet om zelf meer macht te vergaren zal deze hem altijd grijpen. Likken naar boven, ellebogen opzij en trappen naar beneden.

Dzjengis Khan is wellicht één van de meest beroemde en beruchte rode leiders. Hij had weinig met cultuur en bracht geen beschaving met zich mee; genoot er alleen van deze te vernietigen.

“De grootste vreugde voor Dzjengis is het volgende: de vijanden verslaan, hun eigendom laten plunderen en zien hoe hun familieleden huilen. ”

Dzjengis Khan uit de Yasa, zijn beknopte wetboek.

Daarnaast is hij ook een charismatisch figuur die zijn volgelingen weet te motiveren:

“Ik beloof jullie vruchtbare gronden die goed zijn voor de berggeiten en voor de jagers. Ik beloof jullie geriefelijke plekken voor jullie oude vaders en moeders. Ik beloof jullie goud, goud en honing..”

Dzjengis Khan uit de Yasa, zijn beknopte wetboek.

Het ontstaan van de eerste koningen laat zien hoe het rode waardesysteem functioneert: macht concentreert zich rond één figuur die veiligheid belooft. Wat in Mesopotamië begon met de Lugal, zien we vandaag terug in moderne warlords of dictators. De rode koning is zowel beschermer als gevaar: zonder hem valt de samenleving uiteen, maar onder hem is ongelijkheid en onderdrukking onvermijdelijk. Spiral Dynamics laat zien dat rood niet alleen een historische fase is, maar ook een energie die in crisissituaties altijd opnieuw naar boven kan komen. Zo is in veel landen de roep om een sterke leider toegenomen. Ook deze charismatische leiders beloven gouden bergen.

Broedermoord

Broers waren in paars nog beste maatjes. Maar nu in rood zijn het doodsvijanden, want wie erft krijgt alles. Om rijkdom binnen de familie te behouden en niet te laten versnipperen komt alles aan één zoon toe. Vaak werden jongere broers bevoordeeld, doordat zij het kind van de favoriete (lees jongere) vrouw waren. Dit is waarschijnlijk ook de achtergrond bij het bijbelse verhaal van Kain en Abel, waarbij God een voorkeur uit voor het offer van de tweede zoon.

De opvolging bij de Ottomaanse sultans gaat er erg hard aan toe. Dit speelt al in de harem, waar geen enkele vrouw of zoon het leven zeker is. Wanneer de kroonprins ook daadwerkelijk tot sultan is uitgeroepen is deze nog niet veilig is zolang er nog broers van hem leven. Er zijn namelijk altijd groeperingen te vinden die deze broer steunen en tot sultan willen maken. Na het bestijgen van de troon is het zijn eerste taak om ze allemaal uit de weg te ruimen.

De broedermoord laat zien hoe rood denkt in termen van alles of niets. Macht kan niet gedeeld worden, want gedeelde macht is zwakte. In de oude dynastieën betekende dit letterlijk dat broers elkaar moesten doden om zelf te overleven. Vandaag zien we dit terug in politieke dynastieën en familiebedrijven, waar de strijd om opvolging vaak even meedogenloos is, zij het met advocaten en media in plaats van zwaarden. Denk aan hoe Bill Gates en Mark Zuckerberg hun vrienden en mede-oprichters met aandelenpakketten en juridische constructies buiten spel zetten. Ook een ruzie tussen erfgenamen over of de Aldi sigaretten moest verkopen leidde tot het ontstaan van Aldi Nord (Noord-Duitsland, België, Frankrijk, Spanje, VS) en Aldi Sud (Zuid-Duitsland, VK, Ierland, Australië, Zwitserland). Het rode patroon blijft: loyaliteit gaat maar zo ver als het eigenbelang en bloedbanden of vriendschappen geven geen garantie.

Opkomst, bloei en ondergang van rijken

De cycli van rijken werd al beschreven door Ibn Khaldun, in 1332 in Tunis geboren. Hij zag dat bedoeïenenstammen makkelijk de sedentaire volkeren konden onderwerpen. Hij weet dit aan hun saamhorigheid en harde woestijnleven. Hij zag ook dat zo’n dynastie meestal maar zo’n drie generaties duurde. De derde generatie had namelijk niks met het harde woestijnleven van doen en ook de oorspronkelijke saamhorigheid was verdwenen. Roem voor iedereen was roem voor één persoon geworden. Ook was de matigende invloed van de godsdienst (blauw) verzwakt. De koning werd steeds hebberiger, verhoogde belastingen, nam goederen in beslag en paste de prijzen naar believen aan.

Ibn Khaldun zag al hoe hogere belasting uiteindelijk minder oplevert (dit noemen economen de Lafferkromme). Het rampzalige economische beleid leidde tot ongehoorzaamheid onder zijn onderdanen, waarna hij zijn koninklijk gezag moest laten gelden met geweld. Waardoor het rijk nog verder afbrokkelde. Dan begon de cyclus opnieuw met een andere groep uit de woestijn die zijn kans zag.

In het begin van de cyclus gaat het de heersers economisch voor de wind. Trouwelingen worden beloond met de veroveringen en trekken steeds meer volgelingen aan (Djengis Khan). Dit betekent meestal niet veel goeds voor de lokale bevolking, zo werd Bagdad door zowel de Mongolen als de Timurieden compleet uitgemoord.

Maar hierna volgt een fase van economische groei. Het rijk van eerst de Omajjaden en vervolgens van hun opvolgers, de Abbassiden, besloeg een enorm oppervlak, het liep op het hoogtepunt van Spanje, Noord-Afrika, het Midden-Oosten tot in de binnenlanden van Azie. Het gebied werd verenigd onder één taal, één godsdienst, één bestuursstelsel en een gemeenschappelijk gebaseerd rechtsstelsel. Dit zorgde voor een enorme uitbreiding van de handel. Daar kwam bij dat het een agrarische revolutie tot gevolg had door verspreiding van allerlei gewassen, zoals rijst, gierst, harde tarwe, suikerriet, katoen, watermeloenen, aubergines, spinazie, artisjokken, zure sinaasappelen, citroenen, limoenen, bananen, mango’s en kokospalmen. Voorheen was de winter het groeiseizoen en het voorjaar de oogsttijd. Maar deze nieuwe gewassen kwamen uit de tropen en gedijden het beste in de zomer. De hele landbouw werd herstructureerd en geintensiveerd. De Arabieren herstelden de verwaarloosde irrigatiesystemen. Voorheen oogstten de Byzantijnen om het jaar, nu kon men twee gewassen per jaar van het land halen. Daarbij hielpen de Arabische landbouwboeken de beste methodes door het hele rijk te verspreiden. Deze periode van groei leveren de heersers veel belastingen op. De concentratie van welvaart zorgt voor een enorme opleving in cultuur en wetenschap.

Hierna volgt echter stagnatie. Bezetten is namelijk makkelijker dan gezag handhaven. De Omajjaden, een Arabische krijgersklasse, nam de instituties van het veroverde Byzantijnse en Sassanidische Rijk over. Maar zowel zij als de Abbassiden wisten nooit een werkelijk effectieve centrale staat te vestigen vanuit hun hoofdstad Damascus, respectievelijk Bagdad. Zodra er geen nieuwe veroveringen zijn, is er geen manier om trouw te kopen. Ze gaven steeds meer uit handen aan de lokale elites, welke vervolgens voor hun eigen gewin de lokale bevolking hoge belastingen oplegden. Hiermee konden deze elites hun eigen legers opbouwen waardoor het rijk uiteen viel.

Tot aan ruwweg 1500 n. Chr. geloofde men dat rijkdom alleen verkregen kon worden door het van anderen af te nemen. Economische groei an sich bestond niet; economische centra konden alleen van de ene plek naar de andere verplaatst worden. Zo verplaatste het centrum van de regio zich telkens naar een nieuwe hoofdstad, van Akkad, naar verschillende Assyrische hoofdsteden, naar Babylon, naar Persepolis (Perzen), naar Ctesiphon (bij Bagdad; Parthen en Sassaniden), naar Damascus (Omajjaden), naar Bagdad (Abbasiden), naar Karakorum (Mongolen), naar Tabriz (Ilkhaniden), naar Samarkand (Timuriden) en weer terug via Herat, Isfahan en Teheran.

Mesopotamie was dus de plek waar het rode waardesysteem was ontstaan, maar werd vervolgens vooral een smakelijke buit voor de omliggende berg- en steppevolkeren.

Work in progress: Absolute heersers en dictators

(absolute heersers en dictators)

.

Work in progress: Hofhouding en innercircle

(hofhouding en innercircle)

.

Schaduwpersoonlijkheden

Ga ook naar de psychologie van:

Alleen voor leden:

Inloggen Word gratis lid

Ga naar de andere kleuren

Bronnen

“Incidentally this record is available in the foyer. Some of us got to live as well, you know.”

Eric Idle – Always look on the bright side of life – Life of Brian (1979)

Wat je zoekt, zoekt jou – Kader Abdolah

Sultans – Noel Barber

Machiavellianism – Tamas Bereczkei

Gods in Everyman – Jean Shinoda Bolen

It’s not you – Ramani Durvasula

Veertig moeders – Choga Regina Egbeme

The Psychopath Inside – James Fallon

Veroveraars van de steppe – Kenneth Harl

Het oerboek van de mens – Carel van Schaik & Kai Michel

.

De afbeeldingen zijn verkregen door ruzie te maken met ChatGPT.

.