Kabinet presenteert begroting voor 2027
16 september 2026
Het kabinet heeft op Prinsjesdag de Miljoenennota en het Belastingplan voor 2027 gepresenteerd. De begroting combineert extra investeringen in infrastructuur, woningbouw, innovatie en energie met een opvallende koerswijziging in de sociale zekerheid: enkele eerder aangekondigde bezuinigingen worden geschrapt of uitgesteld om ruimte te maken voor overleg met werkgevers en vakbonden.
Wat is er veranderd?
De geplande één-op-éénkoppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gaat niet door. Ook de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon met 20 procent is geschrapt. Andere hervormingen van uitkeringen en sociale zekerheid worden een jaar uitgesteld. Het kabinet wil die tijd gebruiken om met werkgevers en vakbonden te onderhandelen over een breder sociaal akkoord.
Tegelijkertijd verschuift geld richting investeringen. Tot 2040 komt € 5,1 miljard extra beschikbaar voor het Mobiliteitsfonds, waarvan € 1,5 miljard voor groot onderhoud aan infrastructuur. Woningcorporaties krijgen jaarlijks € 425 miljoen en voor CO₂-opslag wordt € 1,3 miljard beschikbaar gesteld. Ook trekt het kabinet extra geld uit voor innovatie en een nieuwe nationale investeringsinstelling.
Ook veranderen enkele belastingplannen. Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor woningcorporaties schrappen en die voor investeerders in woningen in 2027 verlagen van 8 naar 7 procent. Eerder geplande verhogingen van belastingen voor afvalverbranding worden afgezwakt, zodat afvalbedrijven meer tijd krijgen om te verduurzamen.
Waarom is dit belangrijk?
De begroting laat zien waar het kabinet de komende jaren prioriteit aan wil geven: minder nadruk op directe bezuinigingen op de sociale zekerheid en meer op economische groei, infrastructuur, woningbouw en energie. Het kabinet noemt investeren, hervormen en internationale samenwerking de drie pijlers van zijn economische beleid.
Opvallend is ook de terugkeer naar overleg met de ‘polder’. In plaats van een aantal hervormingen van bovenaf door te voeren, worden ze uitgesteld om eerst met werkgevers en vakbonden tot afspraken over de sociale zekerheid te proberen te komen. Daarmee verandert niet alleen een aantal concrete maatregelen, maar ook de manier waarop het kabinet deze hervormingen wil realiseren.
Wat verandert er niet?
Het kabinet houdt vast aan begrotingsdiscipline. Voor 2027 wordt een begrotingstekort van 2,9 procent van het bbp verwacht. De staatsschuld stijgt volgens de Miljoenennota van 45,6 procent van het bbp in 2026 naar 46,9 procent in 2027, en blijft daarmee ruim onder de Europese grens van 60 procent.
Ook zijn de plannen nog niet allemaal definitief. De Rijksbegroting en het Belastingplan moeten door het parlement worden behandeld. De meeste belastingmaatregelen kunnen pas op 1 januari 2027 ingaan als Tweede en Eerste Kamer ermee instemmen.
Voorgeschiedenis
Het kabinet had eerder verschillende hervormingen van de sociale zekerheid aangekondigd om de overheidsfinanciën op langere termijn houdbaar te maken en het arbeidsaanbod te vergroten. Een deel daarvan wordt met deze begroting teruggedraaid of uitgesteld.
Tegelijkertijd kampt Nederland met structurele problemen rond het volle elektriciteitsnet, woningbouw, verouderende infrastructuur en achterblijvende productiviteitsgroei. De Miljoenennota 2027 probeert daarom nadrukkelijker investeringen vrij te maken voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland.
Dossier: Nederland
Onderwerp: Consument & geld
Laatste controle: 16 september 2026
Bronnen:
Rijksoverheid — Prinsjesdag 2026: welvaart opnieuw verdienen
Rijksoverheid
Rijksoverheid — Prinsjesdag 2026 in begrijpelijke taal
Rijksoverheid
Rijksoverheid — Extra geld voor infrastructuur, maar scherpe keuzes blijven nodig
Rijksoverheid
Rijksoverheid — Nieuwe investeringen innovatieve economie, klimaat, energie
Rijksoverheid
